Dictionary

Power Automate-actie

Een actie is een bewerking die Power Automate na de trigger uitvoert. Acties kunnen data lezen of wijzigen, berichten sturen, voorwaarden toepassen en uitvoer doorgeven aan volgende stappen.

Wat is een actie in Power Automate?

Een actie is een stap die binnen een Power Automate-flow werk uitvoert. Nadat de trigger een run heeft gestart, kunnen acties gegevens ophalen, een record wijzigen, een bericht sturen, een bestand maken of een andere flow aanroepen.

Acties hebben invoer, zoals een record-ID of e-mailadres, en leveren vaak uitvoer terug. Een volgende actie kan die uitvoer als dynamische inhoud gebruiken. Zo vormt de flow een keten waarin gegevens van stap naar stap gaan.

Niet iedere actie praat met een externe dienst. Power Automate heeft ook ingebouwde stappen voor voorwaarden, lussen, variabelen, gegevensbewerkingen, scopes en vertragingen.

Connectoracties en ingebouwde acties

Een connectoractie roept een bewerking van een gekoppelde dienst aan. Voorbeelden zijn een Dataverse-rij ophalen, een Teams-bericht posten of een SharePoint-bestand maken. De connector beschrijft de bewerking; de connection levert de identiteit en aanmelding.

Een ingebouwde actie verwerkt de controlestroom of data binnen Power Automate. Een Condition kiest een tak, Apply to each doorloopt een verzameling en Compose bewaart of vormt een waarde zonder externe dienst.

Ook een connectoractie is uiteindelijk afhankelijk van de API en limieten van de dienst. Een geslaagde HTTP-aanroep betekent dat de dienst de bewerking heeft aanvaard volgens zijn contract. Controleer bij belangrijke transacties het echte bedrijfsresultaat.

Invoer, uitvoer en expressies

De ontwerper toont verplichte en optionele invoervelden. Waarden kunnen vast zijn, uit de trigger komen, door een vorige actie zijn geleverd of via een expressie worden berekend.

Uitvoer heeft een technische structuur met velden, statussen en soms headers. Dynamische inhoud maakt veel daarvan leesbaar in de ontwerper. Bij complexere JSON kan een Parse JSON-stap het schema expliciet maken.

Ga zorgvuldig om met null, lege tekst en ontbrekende velden. Een expressie die in testdata altijd een waarde vindt, kan tijdens een echte run falen. Valideer invoer voordat een actie onomkeerbare gevolgen heeft.

Een uitgewerkt voorbeeld

Na een trigger voor een nieuw formulierantwoord voert een flow eerst Antwoorddetails ophalen uit. Daarna maakt een Dataverse-actie een aanvraagrecord. Een Teams-actie meldt het dossiernummer aan het behandelende team.

De Dataverse-actie geeft het nieuwe record-ID terug. De Teams-stap gebruikt dat ID voor een link. Als het record niet kan worden gemaakt, mag de melding niet doen alsof de aanvraag bestaat.

De maker plaatst beide acties daarom in een hoofdscope. Een foutscope draait via Configure run after wanneer de hoofdscope mislukt of time-out gaat. Die registreert de fout en verwittigt het beheerteam.

Actie versus trigger

De trigger bepaalt waardoor een run begint. Acties bepalen wat binnen die run gebeurt. Een trigger kan output leveren, maar ze staat altijd aan het begin. Een actie kan pas uitgevoerd worden nadat de run bestaat.

Een connector kan beide aanbieden. Wanneer een rij wordt toegevoegd is een trigger; Een rij toevoegen is een actie. Het eerste luistert naar een wijziging, het tweede veroorzaakt er een.

Voorkom een lus waarin een actie dezelfde wijziging veroorzaakt waarop de eigen trigger opnieuw reageert. Gebruik trigger conditions, een verwerkingsvlag of een aparte statusovergang.

Retries, run after en idempotentie

Een actie kan slagen, mislukken, worden overgeslagen of een time-out krijgen. Configure run after bepaalt bij welke statussen een volgende stap mag lopen. Scopes helpen hoofdpad, foutpad en afronding overzichtelijk te groeperen.

Retry policies helpen bij tijdelijke fouten, zoals throttling of een korte netwerkstoring. Herhaal niet blind een actie die een betaling, bestelling of bericht kan dupliceren. Gebruik een idempotency key of controleer eerst of het resultaat al bestaat.

Log stapnaam, relevante bedrijfsreferentie en foutcode. Sla geen wachtwoorden of volledige gevoelige payloads op. Maak duidelijk welke fouten automatisch herstellen en welke menselijke behandeling vragen.

Laatst Bijgewerkt: July 9, 2026 Terug naar Woordenboek
Trefwoorden
actie Power Automate Power Automate cloud flow trigger connector API retry policy exception handling idempotentie controlestroom