GPAI-gedragscode en systeemrisico

Wat is de GPAI-gedragscode?

De GPAI-gedragscode is een vrijwillig document dat een aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden kan ondertekenen om te tonen hoe hij zijn plichten uit de Europese AI Act invult. In de Nederlandstalige teksten van de Commissie heet hij een praktijkcode. Hij verscheen op 10 juli 2025, geschreven door dertien onafhankelijke experten met inbreng van meer dan duizend betrokkenen, en op 1 augustus 2025 bevestigden de Commissie en de AI Board dat het een deugdelijk instrument is om naleving aan te tonen.

Dat woord vrijwillig geldt maar in één richting. Tekenen hoeft niet. Wat eronder ligt wel. De artikelen 53 en 55 binden elke aanbieder van een model voor algemene doeleinden, of hij nu iets ondertekent of niet, en artikel 55, lid 2 zegt dat wie zich niet op een goedgekeurde code beroept, andere passende manieren van naleving moet aantonen die de Commissie dan beoordeelt.

Het werkt als een sectorafspraak naast een veiligheidswet. De wet zegt dat de werkvloer veilig moet zijn. De afspraak zegt: dit is de checklist waar onze sector het over eens is, en een inspecteur die je die ziet volgen, stelt minder vragen. Laat je ze links liggen, dan moet de werkvloer nog altijd veilig zijn, alleen maak je de redenering zelf. De code zegt hetzelfde over zichzelf: wie hem volgt, levert daarmee geen sluitend bewijs van naleving. Wat een handtekening wel oplevert, in de bewoordingen van de Commissie: minder administratieve last en meer rechtszekerheid.

De drie hoofdstukken, en wie ze binden

Transparantie geldt voor elke aanbieder en dekt de documentatieplichten uit artikel 53, lid 1, punten a en b. Het concrete resultaat is het Model Documentation Form, één formulier met wat bijlage XI vraagt: de taken die het model uitvoert, de architectuur en het aantal parameters, de modaliteiten van input en output, de licentie, het type en de herkomst van de trainingsdata, de gebruikte rekenkracht en het energieverbruik. Bij elk item staat voor wie het bedoeld is: voor aanbieders die verder bouwen op het model, of voor het AI Office en de nationale toezichthouders. Modellen onder een echte vrije en opensourcelicentie vallen buiten dit hoofdstuk, tenzij ze systeemrisico dragen.

Auteursrecht geldt eveneens voor elke aanbieder en dekt artikel 53, lid 1, punt c. Het vraagt een geschreven auteursrechtenbeleid in één document, plus vier praktische verbintenissen die dat beleid inhoud geven. Betaalmuren en andere toegangsbeperkingen niet omzeilen bij het crawlen. Geen sites crawlen die rechtbanken of overheden in de EU en de EER hebben aangeduid als hardnekkige commerciële inbreukmakers. De robots.txt lezen en volgen zoals beschreven in IETF RFC 9309, en ook andere machineleesbare manieren herkennen waarmee rechthebbenden hun rechten voorbehouden onder artikel 4, lid 3 van de auteursrechtrichtlijn. Technische beveiligingen inbouwen zodat het model beschermde trainingsinhoud niet op een inbreukmakende manier reproduceert. Ondertekenaars duiden ook een contactpunt aan voor rechthebbenden en zetten een klachtenmechanisme op. In dit hoofdstuk is de hele discussie over webcrawling geland.

Veiligheid en beveiliging geldt alleen voor de kleine groep aanbieders in de laag met systeemrisico, in de praktijk de labs achter de frontier modellen, en het is veruit het langste hoofdstuk: tien verbintenissen over ruim veertig bladzijden, over risico-identificatie, modelevaluaties, mitigaties, incidentmelding en wie er binnen het bedrijf verantwoordelijk voor is.

Wat een model tot een systeemrisicomodel maakt

Artikel 51 geeft twee wegen, en het getal bij de eerste wordt voortdurend verkeerd geciteerd.

De eerste is capaciteit. Van een model wordt vermoed dat het capaciteiten met grote impact heeft zodra de cumulatieve rekenkracht voor de training meer dan 10^25 floating-point operaties bedraagt. Dat is een vermoeden, geen definitie, en de Commissie kan de drempel via een gedelegeerde handeling verleggen naarmate hardware en algoritmes beter worden.

De tweede is aanwijzing. De Commissie kan op eigen initiatief beslissen, of na een gemotiveerde waarschuwing van het wetenschappelijk panel, dat een model gelijkwaardige capaciteiten of impact heeft, met de criteria uit bijlage XIII. Bereik is er daar een van: een model dat aan minstens 10.000 geregistreerde zakelijke gebruikers in de EU beschikbaar is, wordt verondersteld grote impact op de interne markt te hebben.

Artikel 52 legt de procedure vast. Een aanbieder die de drempel overschrijdt, meldt dat binnen de twee weken aan de Commissie, en mag met onderbouwde argumenten aanvoeren dat zijn model desondanks geen systeemrisico inhoudt. Wijst de Commissie dat af, dan wordt het model aangeduid, en pas na zes maanden kan hij een herbeoordeling vragen. De Commissie houdt er een openbare lijst van bij.

Het misverstand komt van een tweede getal. De richtsnoeren van de Commissie van 18 juli 2025 hanteren een ander cijfer, 10^23 floating-point operaties, als indicatief teken dat een model überhaupt als algemeen inzetbaar telt. De twee liggen een factor honderd uit elkaar en beantwoorden een andere vraag: 10^23 gaat over de vraag of de GPAI-regels jou raken, 10^25 over de vraag of de zware laag erbij komt. De digitale omnibus AI, Verordening (EU) 2026/1744, schoof in juli 2026 verschillende data van de AI Act op en liet allebei die getallen ongemoeid.

Een model voor algemene doeleinden tegenover een model met systeemrisico, voor de release

Neem één dimensie: wat de aanbieder moet doen voor het model op de markt komt.

Een gewoon model voor algemene doeleinden. De technische documentatie opmaken, de informatie klaarzetten die bedrijven nodig hebben die erop verder bouwen, een auteursrechtenbeleid hebben, en een samenvatting van de trainingsinhoud publiceren op het sjabloon van de Commissie, dat het lemma over de AI-toeleveringsketen en AIBOM in detail behandelt. Het is allemaal papierwerk over een model dat al af is. Niets ervan kan een release tegenhouden.

Een model met systeemrisico. Alles hierboven, plus een melding aan de Commissie binnen de twee weken na het overschrijden van de drempel. Een aanbieder die de code volgt, doet er dan nog een pak bij: een kader voor veiligheid en beveiliging dat bevestigd en aan het AI Office gemeld is voor het model vertrekt, een volledige ronde van risico-identificatie, analyse en inschatting, modelevaluaties met gedocumenteerde adversarial testing, mitigaties, en een Model Report over veiligheid en beveiliging dat naar het AI Office gaat voor het model op de markt komt.

Verbintenis 4 is het echte verschil, in één zin. De aanbieder moet beslissen of het overblijvende systeemrisico aanvaardbaar is, tegenover criteria die hij vooraf heeft opgeschreven, en als het dat niet is, gaat het model niet uit. Daarna loopt het verschil door. De code zet klokken op ernstige incidenten: twee dagen bij een ernstige en onomkeerbare verstoring van kritieke infrastructuur, vijf dagen bij een ernstig cyberbeveiligingsincident inclusief het uitlekken van modelgewichten, tien dagen bij het overlijden van een persoon, en vijftien dagen bij ernstige schade aan de gezondheid, een inbreuk op grondrechten, of ernstige schade aan eigendom of het milieu. Daarna om de vier weken een update zolang het incident loopt, en een eindrapport binnen de zestig dagen nadat het opgelost is. Een aanbieder buiten die laag heeft geen van die plichten.

Wie tekende, en welke data tellen

Op 4 september 2026 staan er 21 ondertekenaars op de lijst van de Commissie die alle drie de hoofdstukken onderschrijven, onder meer Amazon, Anthropic, Google, Microsoft en OpenAI, naast Europese bedrijven zoals Mistral AI, Aleph Alpha en Almawave. Twee namen onthou je best apart. xAI tekende enkel het hoofdstuk over veiligheid en beveiliging, en moet dus voor transparantie en auteursrecht op een andere passende manier aantonen dat het in orde is. Meta tekende helemaal niet. Je tekent per hoofdstuk, en een ondertekenaar kan zijn handtekening op elk moment intrekken.

Drie data dragen de tijdlijn. De verplichtingen voor AI voor algemene doeleinden gelden sinds 2 augustus 2025. De handhavingsbevoegdheden van de Commissie tegenover modelaanbieders, en het boeteregime dat daarbij hoort, zijn op 2 augustus 2026 in werking getreden. Aanbieders van modellen die al voor 2 augustus 2025 op de markt waren, hebben tijd tot 2 augustus 2027.

Wat je uit de documentatie van een ondertekenaar haalt

Niets hiervan is jouw verplichting. De waarde voor jou zit erin dat je weet wat er in het dossier van een modelaanbieder hoort te zitten, en dat geeft je iets concreets om naar te vragen.

Neem een Gents bedrijf van dertig mensen dat een tool bouwt om documenten na te kijken, op een gehost model, en die verkoopt aan verzekeraars. De aankoopdienst van een verzekeraar vraagt waarop het model getraind is, of iemand het geëvalueerd heeft, en wat er gebeurt als het misloopt. Er zijn drie antwoorden, elk van een andere plek.

  • De samenvatting van de trainingsinhoud is openbaar. Artikel 53, lid 1, punt d maakt ze verplicht, op een sjabloon dat de Commissie in juli 2025 publiceerde. Ze noemt de grote publieke datasets en de voornaamste domeinen die gecrawld zijn, en ze is een link die je zo in een aankoopdossier plakt.

  • De modeldocumentatie is niet openbaar, wel opvraagbaar. Maatregel 1.2 van het transparantiehoofdstuk verbindt een ondertekenaar ertoe om contactgegevens op zijn website te zetten voor precies die vraag, om aan bedrijven die op het model verder bouwen de delen van het formulier te geven die voor hen bedoeld zijn, en om binnen de veertien dagen te antwoorden, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. Het Gentse bedrijf bouwt een systeem op het model en zit dus in die rol. Wie enkel een chatbot in de browser gebruikt, is gebruiksverantwoordelijke en heeft dat recht niet.

  • Bij een model met systeemrisico is een stuk van het veiligheidswerk gepubliceerd. Maatregel 10.2 verbindt ondertekenaars ertoe een samengevatte versie van hun kader en hun Model Reports te publiceren waar dat nodig is om systeemrisico te beoordelen of te beperken, met hoofdlijnen van de resultaten van de risicobeoordeling en van de mitigaties. Commercieel gevoelige details gaan eruit, en wat overblijft is meer dan de meeste leveranciers uit zichzelf geven.

Het antwoord aan de aankoopdienst wordt zo: een openbare samenvatting van de trainingsinhoud, een documentatiepakket dat de aanbieder binnen de twee weken na de vraag doorstuurde, en het gepubliceerde veiligheidskader van diezelfde aanbieder. Zonder de code zou geen van die drie een naam hebben, of een plek waar je ernaar kan vragen.

Waar moet je op letten bij de gedragscode

Een handtekening is geen certificaat. Antwoordt een leverancier op een compliancevraag dat zijn modelaanbieder de code ondertekend heeft, dan begint het antwoord daar. Het eindigt er niet.

Vraag welke hoofdstukken. Het geval xAI toont waarom die vraag geen muggenzifterij is. Je tekent per hoofdstuk, en net het hoofdstuk dat voor jou telt kan ontbreken.

Dit is niet de code over AI-gegenereerde inhoud. Er bestaat een aparte praktijkcode over de transparantie van AI-gegenereerde inhoud, onder artikel 50, met een eigen lijst ondertekenaars. Die twee worden constant door elkaar gehaald.

Een auteursrechtenbeleid is geen auteursrechtenlicentie. Het hoofdstuk stelt zelf dat wie de code volgt daarmee niet voldoet aan het Europese auteursrecht, en dat de uitleg van dat recht bij de nationale rechtbanken ligt en uiteindelijk bij het Hof van Justitie. Of een bepaald model rechtmatig getraind is op een bepaald archief, is een vraag voor de rechter, en een handtekening beantwoordt ze niet.

Laatst Bijgewerkt: September 4, 2026 Terug naar Woordenboek
Trefwoorden
gpai-gedragscode gpai systeemrisico ai act artikel 55 frontier model aanbieder en gebruiksverantwoordelijke digitale omnibus ai office modeldocumentatie ai governance compliance