Verbruiksgebonden AI-facturatie (credits)

Wat is verbruiksgebonden AI-facturatie?

Verbruiksgebonden AI-facturatie is de manier waarop de meeste softwareleveranciers vandaag de AI-functies aanrekenen in producten waar je al voor betaalt. Je CRM, je helpdesk, je Microsoft 365-tenant en je wiki verkopen allemaal AI bovenop de licentie, en bijna geen enkele doet dat aan een vaste prijs per gebruiker. Ze verkopen credits: een abstracte eenheid die elke vraag, elke automatische actie en elk opgelost gesprek van je saldo afhaalt, aan een tarief dat de leverancier vastlegt.

Een credit is geen token. Wie een model rechtstreeks via de API aanspreekt, betaalt per miljoen tokens en kan de prijslijst nalezen. Een credit zit één laag hoger. De leverancier meet wat jouw aanvraag hem kostte aan tokens, modelaanroepen en rekenkracht, en zet dat om in een rond aantal credits volgens een tabel die hij publiceert. De Copilot Credits van Microsoft, de Flex Credits van Salesforce, de HubSpot Credits en de Rovo-credits van Atlassian werken allemaal zo: één munt voor het hele product, zodat je de tokens nooit ziet. Zelfs Anthropic doet het als je via een cloudmarktplaats koopt: je tokenverbruik wordt in dollar geprijsd, omgezet in Claude Consumption Units van één cent per stuk, en op je AWS- of Azure-factuur staat één lijn met units.

Zie het als een prepaid belkaart voor AI. Je koopt een pot, die pot loopt sneller of trager leeg naargelang wat je ermee doet, en de verrassing zit zelden in de prijs per eenheid. De verrassing zit in hoeveel eenheden een gewone maand blijkt nodig te hebben.

De factuurvormen die je tegenkomt in software die je al hebt

Leveranciers mengen deze vormen naar believen, en één product biedt er vaak drie tegelijk aan. De prijzen hieronder komen van de pagina's van de leveranciers zelf op 4 september 2026, in Amerikaanse dollar, en ze veranderen geregeld.

Add-on per gebruiker. Een vast bedrag per gebruiker per maand bovenop de basislicentie, met het AI-gebruik inbegrepen tot een fair-use-grens. Microsoft 365 Copilot is het bekendste voorbeeld: de gelicentieerde gebruiker betaalt een vast bedrag en verbruikt binnen de eigen apps van Microsoft geen credits.

Creditpakketten. Een vooraf betaalde maandelijkse pot. Copilot Studio verkoopt pakketten van 25.000 Copilot Credits aan 200 dollar per pakket per maand, gedeeld over de hele tenant, en wat je niet opgebruikt gaat niet mee naar de volgende maand. Salesforce verkoopt Flex Credits aan 500 dollar per 100.000, zonder overdracht naar de volgende contractperiode.

Pay-as-you-go. Geen pot, een prijs per credit die je achteraf betaalt. De meter van Microsoft voor Copilot Chat-agents staat op één cent per bericht, HubSpot rekent één cent per credit, en Atlassian begint vanaf 3 december 2026 één cent per Rovo-credit aan te rekenen boven het inbegrepen aantal.

Per resultaat. Je betaalt als de AI het werk afmaakt. Fin, de supportagent van Intercom, rekent 99 dollarcent per resultaat: een oplossing, die het definieert als een klant die het antwoord bevestigt of het gesprek verlaat zonder verder hulp te vragen, of een overdracht naar een mens. HubSpot zette zijn Customer Agent in april 2026 op 50 credits per opgelost gesprek, zo'n 50 cent, en zijn Prospecting Agent op 100 credits per lead die hij aanbeveelt.

Hybride. In de praktijk is bijna alles hybride: een licentie per gebruiker met wat credits inbegrepen, een pakket erbovenop, en pay-as-you-go voor wat erboven gaat. Atlassian geeft elke Jira- of Confluence-gebruiker een maandelijks aantal credits dat over de hele organisatie wordt samengelegd, en meet daarboven het extra verbruik.

De redenen waarom leveranciers in credits rekenen

De eerste: AI heeft een echte kost per gebruik, in tegenstelling tot een rapport of een formulier. Elke aanvraag kost de leverancier tokens, en het aantal verschilt per aanvraag. Een korte vraag over één document kost een fractie van een lang gesprek over je hele SharePoint. Een vaste prijs per gebruiker zou de lichte gebruikers te veel aanrekenen of verlies draaien op de zware. Met een credit schuift de leverancier die schommeling naar jou door zonder zijn tokenfactuur te publiceren.

De tweede: agents. Een chatassistent antwoordt één keer per vraag. Een agent beslist zelf hoeveel stappen een taak nodig heeft, roept tools aan, leest de resultaten en begint opnieuw. De leverancier kan dat volume niet voorspellen en jij ook niet, dus prijst hij de eenheid die hij wel kan tellen: een actie, een bericht, een run. De pricing-partners van Bain bekeken midden 2026 zo'n 200 B2B-softwarebedrijven en zagen dat ongeveer 55 procent meet op output (berichten, acties, documenten), ongeveer 35 procent op inspanning (tokens of rekenkracht) en maar zo'n 10 procent op bedrijfsresultaat. Ongeveer 80 procent van de leveranciers met een meter verkoopt die als een vaste capaciteit en niet als los verbruik. Reken dus op een pot, gemeten in iets anders dan tokens.

Waar de verrassingen op de factuur vandaan komen

Een trigger die de hele dag afgaat. Een autonome agent die elke tien minuten een mailbox of een wachtrij controleert, draait 144 keer per dag, of er nu iets te doen is of niet. In Copilot Studio telt een trigger als een agentactie van 5 credits, en elke toolaanroep die hij doet is er nog eens 5. Aan 15 credits per run is dat zo'n 65.000 credits per maand, bijna drie pakketten, voor een agent die meestal een lege inbox aantreft.

Nieuwe pogingen. Een agent die een stap mist en opnieuw probeert, betaalt opnieuw. De leverancier telt acties, geen successen, tenzij je per resultaat betaalt.

Functies die meer kosten dan ze lijken. De eenheid is dezelfde, het tarief niet. In Copilot Studio kost een klassiek antwoord 1 credit, een generatief antwoord 2, een agentactie 5, en een vraag verankeren in de Microsoft Graph van je tenant komt daar 10 bovenop. Eén schakelaar in de instellingen van de agent kan de factuur maal zes doen.

Vervaldatum. Vooraf betaalde potten worden maandelijks op nul gezet en de rest is weg. Microsoft, HubSpot en Atlassian zeggen dat op hun eigen pagina's; Salesforce zegt hetzelfde per contractperiode. Een pot op maat van je drukste maand is elf keer per jaar te groot.

Overschrijding en minima. Als de pot leeg is, stopt ofwel de functie, ofwel begint de meter te lopen. Copilot Studio laat agents doorlopen tot 125 procent van de vooraf betaalde capaciteit en schakelt ze dan uit; het basisplan van Fin dekt 50 oplossingen per maand, of je ze nu gebruikt of niet. Geen van beide is fout, maar je moet weten welke je getekend hebt.

Nieuw model, nieuw tarief. De credit blijft één credit; wat je ervoor krijgt verandert. Als een leverancier een functie naar een redeneermodel verhuist, komt er meestal een premium-meter bij, zoals Copilot Studio doet met 10 credits per duizend tokens bovenop het gewone tarief van de functie. Aan jouw kant is niets veranderd en de factuur is verdubbeld.

Een rekenvoorbeeld: 3.000 supportgesprekken per maand

Een bedrijf krijgt 3.000 klantengesprekken per maand via de chat op zijn website en wil dat een AI-agent de eerste lijn opneemt. Twee leveranciersmodellen, hetzelfde volume.

Creditpot (tarieven van Copilot Studio). Stel dat een typisch gesprek uit twee generatieve antwoorden en één actie bestaat, bijvoorbeeld de status van een bestelling opzoeken: 2 keer 2 plus 5 is 9 credits. Drieduizend gesprekken hebben 27.000 credits nodig. Eén pakket van 25.000 aan 200 dollar volstaat niet; de resterende 2.000 komen uit een tweede pakket (nog eens 200 dollar, waarvan 23.000 credits ongebruikt vervallen) of uit een pay-as-you-go-meter aan één cent per stuk, zo'n 20 dollar. Ongeveer 220 dollar per maand met de meter erbij, 400 zonder. Elk gesprek kost evenveel, of de agent het nu opgelost heeft of aan een collega doorgegeven.

Per resultaat (tarieven van Fin). Stel dat de agent 60 procent van de gesprekken zelf oplost. Dat zijn 1.800 oplossingen aan 99 cent, ongeveer 1.780 dollar per maand, en niets voor de 1.200 die hij doorgaf. Grofweg acht keer het bedrag van de creditpot.

De twee cijfers meten iets anders, dus acht tegen één is niet het oordeel. Met de creditpot koop je een product dat je zelf nog moet bouwen, afstellen en aan je kennis koppelen; met de prijs per resultaat koop je een afgewerkte supportagent waarvan het oplossingspercentage al gemeten is. Wat de rekensom wel toont, is wat elk model met jouw risico doet. Bij de creditpot is je factuur vlak, of de agent nu goed of slecht werkt. Bij de prijs per resultaat stijgt je factuur precies in de maand waarin de agent werkt, en dat is de maand waarin je anders een mens had betaald.

Licentie per gebruiker tegenover creditpot: wie draagt het volumerisico?

Zet beide modellen op één as, wie betaalt als het gebruik anders uitvalt dan voorspeld, en de keuze wordt duidelijker.

Bij een licentie per gebruiker draagt de leverancier het volumerisico. Jij betaalt hetzelfde of een collega nu drie vragen per maand stelt of driehonderd, en de leverancier hoopt dat het gemiddelde onder zijn kost blijft. De prijs is hoog genoeg gezet om de zware gebruikers te dekken, dus als jouw mensen de functie amper gebruiken, betaal je mee voor die van iemand anders. Het voordeel is een factuur die je boekhouder in januari in het budget zet en verder vergeet.

Bij een creditpot draag jij het volumerisico. De leverancier wordt per eenheid betaald en trekt zich niet aan of een run nuttig was. In een rustige maand vervallen er credits; in een drukke maand, met een nieuwe trigger of een collega die de deep-research-knop ontdekt, zit je in overschrijding. Het voordeel is dat je betaalt in verhouding tot het gebruik, en dat een proefproject met vijf mensen bijna niets kost.

Betalen per resultaat schuift een deel van het risico terug naar de leverancier, die pas verdient als zijn agent het werk afmaakt. De partners van Bain zeggen het zonder omwegen: bij een outputmodel wordt de leverancier betaald of de output nu waarde opleverde of niet, bij een resultaatmodel hangt de betaling af van het resultaat. De adder onder het gras is wie het resultaat definieert. Fin telt een veronderstelde oplossing als de klant gewoon de chat verlaat, dus een klant die het opgaf wordt even goed aangerekend als een klant die geholpen is. Lees de definitie voor je de prijs leest.

De praktische regel voor een kmo: licenties per gebruiker voor tools die een gekende groep dagelijks gebruikt, een begrensde pot voor alles wat een agent op eigen houtje in gang zet, en betalen per resultaat alleen als je dat resultaat zelf kan controleren.

Hoe je een offerte leest en de factuur onder controle houdt

Vraag de leverancier vijf dingen voor je tekent, en zet de antwoorden in het contract.

  1. De omrekentabel. Hoeveel credits elke functie kost, en welke functies er überhaupt in staan.

  2. De prijs en het gedrag bij overschrijding. Stopt de functie of begint de meter te lopen, en aan welk tarief.

  3. De vervaldatum. Maandelijks, per contractperiode, of nooit.

  4. Het plafond. Kan je een harde stop instellen per agent, per team en per tenant, in het product zelf.

  5. Een voorbeeldfactuur op jouw volume. Geef de leverancier je echte cijfers, 3.000 gesprekken, 400 documenten, een trigger elk uur, en vraag het aantal credits. Microsoft publiceert daar voor Copilot Studio een usage estimator voor.

Eens het draait, dekken vier maatregelen het grootste deel van het risico.

Harde plafonds in het platform. In Copilot Studio kan een beheerder per agent een maandelijkse limiet zetten met een harde stop die de agent uitschakelt zodra de limiet bereikt is. De spending policies van Microsoft 365 doen hetzelfde per gebruiker en per groep, en HubSpot heeft een maximum per maand voor het hele account plus limieten per tool. Een plafond dat je in een minuut kan verhogen is veiliger dan een budget dat niemand nakijkt.

Meldingen op 50 en 80 procent. De meeste platformen verwittigen pas tegen het einde: Atlassian op 80 en 100 procent, HubSpot vanaf 75 procent. Zet zelf een vroegere waarschuwing, want de helft van de pot weg na een derde van de maand is het signaal.

Eén eigenaar per pot. Eén persoon die wekelijks het verbruiksrapport bekijkt, een agent kan uitzetten en weet aan wie te vragen waarom een cijfer verschoven is. Zonder die persoon is de factuur het eerste rapport dat iemand leest.

Een maandelijkse doorlichting. Welke agents het meest verbruikten, of de dure functies hun tarief waard waren, of een pakket dan wel de meter vorige maand goedkoper was geweest, en of een nieuw model de omrekentabel veranderd heeft. Twintig minuten met het verbruiksoverzicht van het platform open, dezelfde discipline die je op elke andere cloudfactuur toepast.

Laatst Bijgewerkt: September 3, 2026 Terug naar Woordenboek
Trefwoorden
verbruiksgebonden ai-facturatie ai-credits copilot credits inferentiekost finops tokens prompt caching modelklasse microsoft copilot studio ai agent generatieve ai ai