Automated cloud flow
Een automated cloud flow start automatisch door een gebeurtenis in een gekoppelde dienst, zoals een nieuwe Dataverse-rij, ontvangen e-mail o...
Lees meerEen managed solution is een geïnstalleerd Power Platform-pakket voor test- en productieomgevingen. Componenten vormen beheerde lagen die via dezelfde publisher kunnen worden bijgewerkt, geüpgraded of verwijderd.
Een managed solution is een verpakte Power Platform-oplossing die als beheerd product in een doelomgeving wordt geïnstalleerd. Ze is bedoeld voor test-, acceptatie- en productieomgevingen, niet als primaire werkruimte voor makers.
De solution bevat componentdefinities voor bijvoorbeeld apps, Dataverse-tabellen, flows, rollen en plug-ins. Bij import vormen die componenten managed lagen boven de systeemlaag.
De oorspronkelijke publisher en unieke solutionnaam bepalen de identiteit. Nieuwe versies van dezelfde oplossing kunnen de geïnstalleerde componenten bijwerken of upgraden.
Makers bouwen de oplossing in een development environment binnen een unmanaged solution. De release wordt daaruit als managed solution geëxporteerd.
Het resulterende zipbestand is een deploymentartefact. Bewaar exact dat bestand, geef het een versie en bevorder dezelfde build door test en productie.
Een managed export is geen volledige kopie van de omgeving. Gewone bedrijfsrecords, gebruikers en veel omgevingsspecifieke verbindingen vragen een aparte inrichting.
Managed properties bepalen welke delen in de doelomgeving aanpasbaar zijn. De uitgever stelt ze in vóór de managed export. In de doelomgeving kan een beheerder deze eigenschappen niet vrij verruimen.
Een managed property is geen licentie- of geheimhoudingsmechanisme. Ze voorkomt bepaalde customizations, maar maakt clientcode niet onzichtbaar en vervangt geen toegangsbeveiliging.
Laat aanpassing toe waar klanten of interne beheerders die werkelijk nodig hebben, bijvoorbeeld voor labels. Bescherm kerncomponenten wanneer lokale wijzigingen ondersteuning en upgrades zouden breken.
Een solution update vervangt of voegt componentdefinities toe, maar verwijdert niet in alle gevallen componenten die uit de nieuwe versie verdwenen zijn. Een upgrade kan de oude versie vervangen en verwijderde componenten opschonen.
Een staged upgrade plaatst tijdelijk een pending upgrade in de lagenstapel. Na Apply upgrade worden lagen samengevoegd tot een nieuwe basis voor die managed solution.
Test het gekozen mechanisme met representatieve data en afhankelijkheden. Het verwijderen van een kolom of tabel kan data raken en hoort nooit een onverwacht neveneffect van deployment te zijn.
Bij uninstall worden de componenten verwijderd die door de managed solution worden beheerd, voor zover dependencies dat toelaten. Componenten en data kunnen daardoor verdwijnen.
Controleer vooraf afhankelijkheden, dataretentie en herstel. Een managed solution kunnen verwijderen betekent niet dat uninstall een veilige rollback voor iedere release is.
Een unmanaged solution is een ontwikkelcontainer. Wijzigingen worden in de actieve unmanaged laag van de omgeving vastgelegd en blijven bestaan wanneer alleen de solutioncontainer wordt verwijderd.
Een managed solution is een installeerbare laag met een beheerbare lifecycle. Verwijderen heeft wel gevolgen voor de geïnstalleerde componenten.
Microsoft adviseert managed solutions buiten development. Rechtstreekse unmanaged wijzigingen in productie maken een actieve laag boven managed componenten en kunnen de bedoelde runtimeversie overschrijven.
Een dossierapp versie 2.3 bevat een gewijzigd formulier, een nieuwe flow en een extra kolom. De pipeline bouwt één managed artefact en importeert het eerst in test.
Na toegangs- en regressietests wordt hetzelfde bestand naar productie gebracht. Environment variables en connection references krijgen daar hun productieconfiguratie.
De releaseadministratie bewaart solutionversie, commit, importresultaat en configuratie. Daardoor is duidelijk welke build actief is en hoe een volgende upgrade moet aansluiten.
Gebruik een stabiele publisher, voorkom onnodige solutionafhankelijkheden en inspecteer solutionlagen na onverwacht gedrag.
Maak geen ad-hoc customizations in productie. Als een noodwijziging toch nodig is, verwerk haar snel in de ontwikkelbron en lever een nieuwe managed versie.
Combineer managed deployment met tests, monitoring en een expliciet herstelplan. Het pakket regelt componentlifecycle, niet automatisch de volledige operationele betrouwbaarheid.
Een automated cloud flow start automatisch door een gebeurtenis in een gekoppelde dienst, zoals een nieuwe Dataverse-rij, ontvangen e-mail o...
Lees meerDe automation lifecycle beschrijft een automatisering van opportunity en ontwerp via bouw, test, release en operatie tot wijziging en uitfas...
Lees meerEen business process flow begeleidt gebruikers in een model-driven Power App door vaste stages en datastappen. Het toont waar een dossier st...
Lees meerEen canvas app is een Power Apps-toepassing waarvan de maker schermen en bedieningselementen vrij vormgeeft. De app gebruikt Power Fx en con...
Lees meerEen connection reference is een Power Platform-solutioncomponent die apps en flows naar een connection voor een bepaalde connector laat verw...
Lees meer