Contentherkomst (C2PA en watermerken)
Wat is contentherkomst?
Contentherkomst is het spoor dat bij een foto, video, geluidsfragment of afbeelding hoort en vertelt waar het vandaan komt: welke camera of welk AI-model het gemaakt heeft, in welk programma het bewerkt werd, en wie daarvoor tekent. Dat spoor reist mee met het bestand, of je kan het vanuit het bestand opzoeken, zodat software het later aan de kijker kan tonen.
Het meeste werk op dit vlak gebeurt onder de C2PA-standaard van de Coalition for Content Provenance and Authenticity. C2PA is een project van de Linux Foundation waar meer dan 300 organisaties aan meewerken. Wat de standaard beschrijft heet een Content Credential: een cryptografisch verzegelde structuur die de herkomst van een bestand vastlegt. Onderteken je een foto op het moment dat je hem trekt, dan doet elke latere aanpassing aan de pixels de controle mislukken, en dat zie je.
Wees eerlijk over wat je daarmee in handen hebt. C2PA schrijft zelf dat herkomstinformatie op zich niet zegt of de inhoud waar, juist of feitelijk is, en noemt de standaard geen wondermiddel tegen desinformatie. Je weet wie beweert het bestand gemaakt te hebben en of er sindsdien aan geprutst is. Of de fotograaf de scène in elkaar gestoken heeft, is een andere vraag.
De drie manieren om content te merken
Drie technieken doen het werk, en elk van de drie laat het op een andere plek afweten. Daarom combineren serieuze toepassingen er minstens twee.
Ondertekende metadata. Het programma dat het bestand maakt of bewerkt, schrijft een manifest in het bestand: wat het gemaakt heeft, wat er aan gedaan is, een hash van de eigenlijke pixels en een handtekening met een certificaat. Wie het bestand opent, herrekent de hash en controleert de handtekening. C2PA noemt dit een hard binding, en die is exact: één pixel anders en de controle faalt.
Onzichtbaar watermerk. Het merkteken zit in de inhoud zelf, niet ernaast. SynthID van Google verschuift pixelwaarden in beelden en video, legt een onhoorbaar patroon in audio van Lyria en NotebookLM, en past bij tekst de kansscores van elk gegenereerd woord aan. Volgens Google overleven de beeld- en videomerken bijsnijden, filters, andere framerates en verliesgevende compressie, en de audiomerken bijgemengd achtergrondgeluid, MP3-compressie en een andere afspeelsnelheid. Om het merk te lezen heb je een detector nodig die het algoritme kent.
Fingerprinting. Hier wordt niets toegevoegd. Software berekent een perceptuele hash van de inhoud en zoekt die op in een databank waar het herkomstrecord bewaard zit. Zo'n hash matcht ook op bijna-kopieën. Daarom raadt C2PA aan om wat je langs die weg vindt aan een mens voor te leggen in plaats van het als bewijs te nemen.
C2PA noemt de tweede en de derde techniek soft bindings, en definieert een Durable Content Credential als een credential met een soft binding waarmee je het terugvindt in een manifest repository. De reden staat letterlijk in de specificatie: het credential wordt tijdens de verspreiding geregeld verwijderd of beschadigd, bijvoorbeeld door sociale platformen die een verkleinde of opnieuw gecomprimeerde versie van een beeld tonen zonder het manifest mee te nemen.
Ondertekende metadata tegenover een onzichtbaar watermerk
Neem de ene situatie die in de praktijk het vaakst beslist: iemand maakt een screenshot van jouw beeld en zet dat screenshot online.
De ondertekende metadata is weg. Een screenshot is een nieuw bestand dat het besturingssysteem maakt van wat er op het scherm staat, en daar komt niets in mee. Hetzelfde gebeurt in mindere mate als een bestand opnieuw gecodeerd wordt, naar een ander formaat gaat of door een programma passeert dat C2PA niet kent. OpenAI zegt het in zijn ontwikkelaarsdocumentatie in één zin: een bestand bewerken, converteren of delen kan de metadata verwijderen.
Het onzichtbare watermerk overleeft dat dikwijls wel, omdat het in de pixels zit die het screenshot kopieert. Daar dient het net voor. Gegarandeerd is het niet: stevig bijsnijden, filters en het beeld opnieuw laten genereren kunnen het merk uitwissen, en je hebt er alleen iets aan als je een detector hebt voor dat specifieke watermerk.
De twee zijn dus geen concurrenten. De metadata draagt de details: welke camera, welke bewerkingen, welk certificaat. Het watermerk draagt bijna niets, meestal enkel een identificatiecode, maar het komt wel aan. Een bestand met allebei, plus een fingerprint in een databank, is de enige combinatie die nog herkenbaar kan zijn nadat het een paar keer via WhatsApp is doorgestuurd.
Wie doet er al mee, en wat kan je vandaag zelf nakijken
De camera's kwamen eerst. De Leica M11-P, aangekondigd in oktober 2023, was de eerste camera die bij het trekken van de foto een Content Credential meegeeft. In september 2025 stak Google hetzelfde in de camera-app van de Pixel 10, die C2PA Assurance Level 2 haalde, en Google Photos toont het credential en voegt er een toe als je bewerkt.
Aan de softwarekant zette Adobe in april 2025 zijn gratis webapp Content Authenticity in publieke bèta. Je kan tot vijftig JPG- of PNG-bestanden tegelijk ondertekenen, ook als ze niet in een Adobe-programma gemaakt zijn, er een via LinkedIn geverifieerde naam aan hangen, en bestanden van anderen bekijken met de Inspect-tool of de Chrome-extensie. Het Content Authenticity Initiative erachter telde in augustus 2025 meer dan 5.000 leden.
AI-leveranciers merken hun output op beide manieren. OpenAI hangt C2PA Content Credentials aan gegenereerde beelden en een SynthID-watermerk aan ondersteunde beelden en audio, en biedt een Verify-controle die een geüpload bestand op allebei nakijkt. Google meldde in mei 2026 dat SynthID al meer dan 100 miljard beelden en video's en 60.000 jaar aan audio gemerkt had, dat OpenAI, Kakao, ElevenLabs en NVIDIA het overnemen, en dat de SynthID-controle live staat in de Gemini-app en in Search, met de controle van Content Credentials daar achteraan.
De platformen zijn de zwakke schakel, en het beeld is ongelijk. TikTok was in mei 2024 het eerste videoplatform dat Content Credentials invoerde: het leest ze bij het uploaden om AI-content automatisch te labelen en hangt er zelf ook aan. Meta kondigde in februari 2024 aan dat het de C2PA- en IPTC-markeringen op uploads zou lezen om zijn AI-label te zetten. Heel wat andere plaatsen strippen nog altijd alles bij het uploaden.
Heb je nu een bestand in handen, dan ga je het snelst langs de Verify-pagina op contentcredentials.org, de Inspect-tool van Adobe, of de eigen checker van de leverancier als je vermoedt welk programma het gemaakt heeft.
Waar moet je op letten bij contentherkomst
Geen merkteken bewijst niets. Een negatief resultaat kan betekenen dat de metadata gestript is, dat het bestand opnieuw gecodeerd werd, dat het model ouder is dan de herkomstsignalen, of dat de content gemaakt is met een tool die helemaal niets merkt. OpenAI zegt zonder omwegen dat zijn checker geen algemene AI-detector is. Lees een leeg resultaat als geen bewijs gevonden, nooit als bewijs dat er geen AI aan te pas kwam.
Verwijderen is simpel en niet afgedekt. Het beveiligingsdocument van C2PA stelt dat de standaard geen enkele bescherming biedt tegen het volledig verwijderen van manifesten uit bestanden. Het Amerikaanse standaardinstituut NIST schrijft in zijn overzicht van 2024 hetzelfde over de hele categorie: onzichtbare en zichtbare watermerken zijn dikwijls te verwijderen en ingebedde metadata is te strippen. Dat strippen is dikwijls niet eens kwaad bedoeld. NIST merkt op dat veel platformen minstens een deel van de metadata van uploads verwijderen om de privacy te beschermen, en als herkomst en privacy in tegengestelde richting trekken, kiest het platform meestal privacy.
Detectoren geven kansen, geen zekerheid. Elke detector van een onzichtbaar watermerk heeft een kans op valse positieven en valse negatieven. Neem een detectie mee als één element in je oordeel, niet als het oordeel zelf.
Een handtekening zegt wie, niet of het klopt. Een correct ondertekende foto van een in scène gezette situatie blijft een in scène gezette situatie. Herkomst verschuift de vraag van is dit echt naar vertrouw ik wie dit ondertekend heeft.
Wat de Europese regels vragen
De technische laag heeft een juridische tegenhanger. Artikel 50 van de AI Act geldt sinds 2 augustus 2026 en legt twee aparte plichten bij twee aparte partijen: wie een generatief AI-systeem aanbiedt, moet de output zo merken dat software ze kan herkennen, en wie een deepfake of een AI-geschreven tekst van algemeen belang publiceert, moet dat zichtbaar labelen. De Code of Practice on Transparency of AI-generated Content van de Commissie, afgerond op 10 juni 2026 en eind juli van dat jaar door ongeveer 190 organisaties ondertekend, beschrijft hoe je het eerste doet en levert een gratis set EU-icoontjes voor het tweede. De entry over de transparantieverplichting in dit woordenboek werkt uit wat dat betekent voor een bedrijf dat met die tools werkt.
Wat je in een KMO best afspreekt
Zet de functie aan waar je ze al hebt. Fotografeer je met een Pixel of een recente Leica, of werk je in Adobe-programma's, dan zijn Content Credentials een instelling en geen project. Het kost je niets en het geeft een klant of een journalist een manier om je foto later te controleren.
Hou de originelen bij. Het ondertekende bestand recht uit de camera is de versie met het volledige spoor. Eens het door een verkleining, een chatapp en een website gepasseerd is, is het een kopie zonder geschiedenis. Archiveer de originelen van je eigen fotografie en productfoto's, want daar val je op terug als een beeld van jou ooit aangepast en opnieuw gepubliceerd wordt.
Spreek een huisregel af voor je eigen AI-beelden. Schrijf op welke soorten beelden je labelt en hoe: een gestileerde illustratie op een landingspagina is een ander geval dan een fotorealistisch beeld van een persoon of een plek. Kies de regel één keer, zet ze in je huisstijl, en stem ze af op wat artikel 50 van jou vraagt in plaats van per beeld te beslissen.
Vraag je leveranciers wat ze merken. Neem je een generatieve AI-tool in gebruik, vraag dan of de output een machineleesbaar merkteken draagt, welk soort, en of de leverancier de Code of Practice ondertekend heeft. Noteer het antwoord naast de tool in je AI-register, want als er ooit een vraag komt, gaat die over een specifiek bestand uit een specifieke tool.