Dictionary

Import-modus (Power BI)

Import-modus is de standaard opslagmodus in Power BI: bij elke refresh kopieert je semantisch model de data uit de bron en comprimeert ze in het geheugen met de VertiPaq-engine. Rapporten reageren daardoor razendsnel, maar je kijkt altijd naar de stand van de laatste refresh.

Wat is import-modus?

Import-modus is de standaard opslagmodus voor Power BI-modellen. Bij elke refresh kopieert het semantisch model de data uit de bron, comprimeert ze kolom per kolom en houdt ze bij in het geheugen van de VertiPaq-engine. Elke visual en elke filterklik wordt daarna beantwoord vanuit die snelle kopie, zonder dat de brondatabase er nog aan te pas komt.

Vergelijk het met een spiekbrief die je vooraf schrijft: alle antwoorden liggen klaar en je leest ze in een oogwenk af. Maar de spiekbrief is maar zo actueel als het moment waarop je hem schreef.

Hoe werkt import-modus?

Tijdens een refresh haalt Power BI alle rijen op uit de bron en zet ze om naar een kolomgeoriënteerd formaat. Die kolomindeling comprimeert erg goed: Microsoft rekent op ongeveer een factor tien, dus van 10 GB brondata blijft ongeveer 1 GB over.

Bij het bevragen laadt de capaciteit het volledige model in het geheugen, een import-model wordt nooit gedeeltelijk geladen. Eenmaal geladen beantwoordt VertiPaq vragen op miljoenen rijen vaak in minder dan een seconde. En alles werkt: elke Power Query-transformatie, elke DAX-functie, berekende kolommen en berekende tabellen.

De prijs die je betaalt is versheid: de data is een foto van het moment van de refresh. Wijzigingen in de bron zie je pas na de volgende refresh.

Wanneer kies je import-modus?

  1. Klassieke BI-rapportering. Verkoopcijfers, marges, HR-dashboards: data die je dagelijks ververst en waar snelheid voor de eindgebruiker primeert.

  2. Bronnen die je niet wil belasten. Elke query draait op de kopie; je operationele database merkt niks van duizend rapportgebruikers.

  3. Meerdere bronnen combineren. Eén import-model mengt probleemloos een SQL-database, Excel-bestanden en een API.

  4. Geen Fabric-capaciteit. Direct Lake vraagt een Fabric-capaciteit. Import werkt ook op een gewone Pro-licentie.

Import versus DirectQuery versus Direct Lake

De keuze komt telkens neer op dezelfde vier afwegingen.

Versheid

Import toont de stand van de laatste refresh. DirectQuery toont wat er nu in de bron staat. Direct Lake zit daar tussenin: zodra de Delta-tabel in OneLake wijzigt, pikt het model die nieuwe versie op via een metadata-update die seconden duurt.

Snelheid voor de eindgebruiker

Import wint: alles staat gecomprimeerd in het geheugen. Direct Lake komt dicht in de buurt met dezelfde engine. DirectQuery is maar zo snel als de brondatabase, en die is zelden gebouwd voor dashboardverkeer.

Datavolume

Import zit begrensd door het geheugen van je capaciteit. DirectQuery laat de data bij de bron staan en kent die grens niet. Direct Lake laadt enkel de kolommen die een visual nodig heeft en schaalt zo mee met grote lakehouse-tabellen.

Belasting van de bron

Import belast de bron enkel tijdens de refresh. DirectQuery belast ze voortdurend: elke filterklik wordt een query op de bron. Direct Lake leest Parquet-bestanden uit OneLake en laat de operationele bron met rust.

Vuistregel

Start met import en wijk enkel af met een concrete reden. Heb je echt live data nodig, dan kom je bij DirectQuery uit. Ligt je data al als Delta-tabellen in een Fabric-lakehouse en is ze te groot om te importeren, dan is Direct Lake de logische keuze.

Waar moet je op letten bij het gebruik van import-modus

Modelgrootte en geheugen
Standaard mag een import-model in de Power BI-service 1 GB groot zijn. Op een Fabric- of Premium-capaciteit kan je met de instelling Large semantic model storage format voorbij die grens, tot de limiet van je capaciteit. Een volledige refresh vraagt tijdelijk ongeveer het dubbele geheugen, omdat de service intussen een kopie vasthoudt om queries te beantwoorden.

Refreshvensters
Op gedeelde capaciteit plan je maximaal acht refreshes per dag en moet een refresh binnen twee uur klaar zijn. Op Premium-, PPU- of Fabric-capaciteit wordt dat 48 per dag en vijf uur per refresh. Via het XMLA-endpoint vervallen die plafonds, al blijft de capaciteit zelf de praktische grens.

Verouderde data na een gefaalde refresh
Faalt de nachtelijke refresh, dan kijkt iedereen de volgende ochtend naar de data van gisteren. Zet refresh-notificaties aan en bekijk de refresh-historiek geregeld.

Grote import-modellen bijhouden met incremental refresh

Een tabel met tientallen miljoenen rijen telkens volledig herladen kost tijd, geheugen en capaciteit. Incremental refresh lost dat op: je definieert in Power BI Desktop een policy met de parameters RangeStart en RangeEnd, en de service deelt de tabel automatisch op in partities op basis van datum.

Historische partities blijven staan, enkel de recente worden opnieuw geladen. Zo blijft ook een model met honderden miljoenen rijen vlot te refreshen, met de volle snelheid van import voor je gebruikers.

Veelgestelde vragen (FAQ)

1. Hoe vaak kan ik een import-model refreshen?
Acht geplande refreshes per dag op gedeelde capaciteit, 48 op Premium, PPU of Fabric. Via het XMLA-endpoint zit je niet aan dat aantal vast.

2. Wat als mijn model te groot wordt?
Eerst snoeien: kolommen en tabellen die geen rapport gebruikt eruit. Daarna incremental refresh instellen. Volstaat dat niet, dan schakel je het large-model-formaat in of bekijk je Direct Lake.

3. Zie ik live data in een import-model?
Nee. Je ziet de stand van de laatste geslaagde refresh. Heb je echt live cijfers nodig, kijk dan naar DirectQuery of, binnen Fabric, Direct Lake.

4. Kan ik import combineren met DirectQuery?
Ja, dat heet een composite model: bijvoorbeeld een grote feitentabel in DirectQuery en je dimensietabellen in import of dual mode, zodat filters snel blijven reageren.

Laatst Bijgewerkt: July 3, 2026 Terug naar Woordenboek
Trefwoorden
import-modus import mode opslagmodus power bi directquery direct lake semantisch model incremental refresh vertipaq fabric-capaciteit