Dictionary

Power Platform-environment variable

Een Power Platform-environment variable scheidt omgevingsspecifieke configuratie van apps en flows. Een definition legt type en standaardwaarde vast; een current value levert de waarde voor een concrete omgeving.

Wat is een Power Platform-environment variable?

Een Power Platform-environment variable is een solutioncomponent voor configuratie die per omgeving kan verschillen. Apps, flows en andere componenten verwijzen naar de variabele in plaats van een test- of productiewaarde vast in hun ontwerp op te nemen.

Voorbeelden zijn een SharePoint-site, API-basis-URL, e-mailadres voor meldingen of een featureparameter. Dezelfde managed solution kan daardoor ongewijzigd door development, test en productie gaan.

Een environment variable bestaat uit een definition en nul of meer waarden. De definitie reist als component mee; de doelwaarde wordt doorgaans tijdens deployment ingesteld.

Definition, default en current value

De definition bevat schema-naam, weergavenaam, datatype en eventueel een default value. Ze beschrijft het configuratiecontract van de oplossing.

Een current value overschrijft de standaardwaarde voor de concrete omgeving. Wanneer geen huidige waarde bestaat, kan de consumer de default gebruiken.

Neem productiecurrent values niet standaard op in het releaseartefact. Laat de pipeline of beheerder de doelwaarde leveren, zodat hetzelfde artefact in iedere fase bruikbaar blijft.

Ondersteunde soorten waarden

Gangbare types omvatten tekst, getal, ja/nee, JSON, databron en secret. De precieze ondersteuning verschilt per consumer en platformfunctie.

Een JSON-waarde kan gestructureerde configuratie bevatten, maar vraagt eigen validatie. Een data source-variabele helpt bronreferenties per omgeving instellen.

Het type secret is gekoppeld aan ondersteunde geheime opslag. Een gewone tekstvariabele met een wachtwoord wordt niet geheim doordat het veld een onopvallende naam krijgt.

Voorbeeld in een flow

Een onboardingflow schrijft documenten naar SharePoint. In development gebruikt hij een testsite; in productie de officiële HR-site.

De solution bevat een definition voor de siteparameter en een connection reference voor de SharePoint-verbinding. Bij deployment worden beide aan de doelomgeving gekoppeld.

De flowdefinitie blijft gelijk. Tests kunnen daardoor aantonen dat precies het artefact dat naar productie gaat correct werkt met een andere configuratie.

Environment variable versus connection reference

Een environment variable levert een waarde of databronparameter. Een connection reference verwijst naar een Power Platform-connection waarmee een connectoractie authenticeert.

Een URL en een identiteit zijn dus verschillende zorgen. Een flow kan beide nodig hebben: de variabele wijst naar de site en de connection reference bepaalt onder welke verbinding de actie draait.

Vermijd persoonlijke productieconnections. Gebruik passende service-identiteiten, eigenaarschap en least privilege.

Environment variable versus secret store

Niet-geheime configuratie mag zichtbaar zijn voor bevoegde makers en beheerders. API-sleutels, client secrets en wachtwoorden vragen strengere opslag en audit.

Gebruik voor secrets de ondersteunde koppeling met een secret store en geef alleen de uitvoerende identiteit toegang. Schrijf geheime waarden niet naar solutionbestanden, bronbeheer of deploymentlogs.

Controleer ook de consumer. Een secret die na ophalen in foutmeldingen of run history verschijnt, is alsnog blootgesteld.

Validatie en beperkingen

Dataverse dwingt niet voor iedere programmatische wijziging de invoerregels af die de makerinterface toont. Valideer formaat, toegestane waarden en bereik in deployment en consumer.

Wijzig een schema-naam of datatype niet lichtvaardig nadat componenten de variabele gebruiken. Dat kan dependencies en bestaande doelwaarden breken.

Documenteer verplichte variabelen, defaults en eigenaar. Laat deployments falen wanneer een noodzakelijke waarde ontbreekt in plaats van stil naar een verkeerde standaard terug te vallen.

Beheer in de lifecycle

Versiebeheer de definition met de solution en beheer current values als omgevingsconfiguratie. Houd een inventaris bij zonder geheime inhoud te dupliceren.

Controleer na import welke waarde werkelijk actief is en voer een functionele smoke test uit. Een geslaagde solutionimport bewijst niet dat configuratie correct is.

Verwijder verouderde variabelen via een getest upgradepad. Zoek eerst alle consumers, want een flow of app kan buiten de verwachte solution nog naar dezelfde definition verwijzen.

Laatst Bijgewerkt: July 10, 2026 Terug naar Woordenboek
Trefwoorden
Power Platform environment variable environment variable ALM solution configuration Dataverse current value default value secret deployment